Taigaboomkruiper

Taigaboomkruiper (Certhia familiaris)

Blauwborst (Luscinia svecica) - Foto: © www.birdphoto.nlBlauwborst (Luscinia svecica) - Foto: © www.birdphoto.nl

De taigaboomkruiper (Certhia familiaris)

Taigaboomkruiper (Certhia familiaris) - Foto: © www.birdphoto.nlTaigaboomkruiper (Certhia familiaris) - Foto: © www.birdphoto.nl

De taigaboomkruiper (Certhia familiaris) is een kleine zangvogel uit de familie van de boomkruipers (Certhiidae). Hij lijkt sterk op de gewone boomkruiper, maar heeft een kortere snavel, een wittere onderzijde en een afwijkende zang. In Nederland is de soort zeldzaam en vooral bekend als wintergast.

De roep is een dun, hoog en ijl "sriee", fijner dan die van de gewone boomkruiper. De zang begint hoog en daalt vervolgens tweemaal in toonhoogte, wat een belangrijk herkenningskenmerk is.

Uiterlijk

De taigaboomkruiper wordt ongeveer 12,5 cm groot. Hij heeft een bruin gestreepte bovenzijde, een helderwitte buik, een witte wenkbrauw en een dunne, licht gebogen maar relatief korte snavel. Met zijn stijve staart klimt hij spiraalsgewijs langs boomstammen.

Voedsel

Het voedsel bestaat voornamelijk uit kleine insecten, spinnen, larven en andere ongewervelden die uit boomschors worden gehaald. Met zijn fijne snavel zoekt hij voedsel in spleten en onder losse bast.

Leefgebied

De soort broedt vooral in gemengde bossen met een groot aandeel sparren en dennen. De Midden-Europese ondersoort leeft daarnaast in oude loofbossen met dood hout en loszittende schors.

Nestbouw

Het nest wordt gebouwd in boomspleten of achter loszittende boomschors. De soort heeft meestal één tot twee broedsels per jaar met vijf tot zes eieren. De jongen vliegen na ongeveer 17 tot 18 dagen uit.

Blauwborst (Luscinia svecica) - Foto: © www.birdphoto.nlBlauwborst (Luscinia svecica) - Foto: © www.birdphoto.nl

Verspreiding

De taigaboomkruiper komt voor in grote delen van Noord-, Midden- en Oost-Europa en verder oostwaarts door Azië. In Nederland verschijnt de nominaatondersoort vooral als wintergast, terwijl de ondersoort macrodactyla in kleine aantallen broedt in Zuid-Limburg, Overijssel en Gelderland.

Populatie

Wereldwijd geldt de taigaboomkruiper als niet bedreigd. In Nederland is hij schaars en fluctueren de aantallen wintergasten afhankelijk van de weersomstandigheden in de noordelijke broedgebieden.

Vijanden

Natuurlijke vijanden zijn onder meer roofvogels, marters en katten. Eieren en jonge vogels zijn kwetsbaar voor predatie door boomklimmende zoogdieren en kraaiachtigen.

Bijzonderheden

De taigaboomkruiper is in het veld lastig te onderscheiden van de gewone boomkruiper. Vooral de zang, de kortere snavel en de opvallend witte onderzijde zijn belangrijke determinatiekenmerken.

Was ist das? Kreuzen Sie "Remember Me" an, um auf diesem Computer angemeldet zu bleiben und künftig Ihren Warenkorb anzusehen ohne sich anzumelden.