Groene specht
Groene specht (Picus viridis)


Uiterlijk
De vogel wordt ongeveer 30 tot 36 cm groot. Hij heeft een olijfgroene rug, een gele stuit en een rode kruin. Het gezicht heeft een zwart masker rond het oog. Mannetjes hebben een rode snorstreep met zwarte rand, terwijl deze bij vrouwtjes volledig zwart is.
Voedsel
Het voedsel bestaat voornamelijk uit mieren en hun larven, vooral rode bosmieren. Daarnaast eet de groene specht ook andere insecten en af en toe bessen. Met zijn lange, kleverige tong haalt hij prooien uit mierennesten en spleten in de grond.
Leefgebied
De groene specht leeft in open loofbossen, boomgaarden, parken, oude houtwallen en bosranden. Hij geeft de voorkeur aan gebieden met oude bomen én open grasvelden waar veel mieren voorkomen.
Nestbouw
Het mannetje en vrouwtje hakken samen een nestholte uit in een oude loofboom. Een legsel bestaat meestal uit vijf tot zeven eieren. De jongen blijven ongeveer drie tot vier weken in de nestholte voordat ze uitvliegen.


Verspreiding
De groene specht komt voor in grote delen van Europa en West-Azië. In Nederland en België is hij een standvogel die vooral voorkomt in bosrijke gebieden, parken en kleinschalige cultuurlandschappen.
Populatie
De soort staat wereldwijd op de Rode Lijst van de IUCN als niet bedreigd. In Nederland zijn de aantallen de afgelopen decennia geleidelijk toegenomen dankzij geschikt leefgebied en bescherming.
Vijanden
Roofvogels, marters en katten behoren tot de belangrijkste natuurlijke vijanden. Eieren en jonge vogels kunnen bovendien worden geroofd door boommarters en kraaiachtigen.
Bijzonderheden
De groene specht wordt ook wel mierenleeuw genoemd vanwege zijn sterke voorkeur voor mieren. Zijn lange tong kan meer dan tien centimeter uitsteken en is voorzien van kleverig speeksel, waarmee hij moeiteloos mieren vangt. Zijn kenmerkende lachende roep is vaak eerder te horen dan de vogel zelf te zien is.
